Contact

Vereniging Drentse Boermarken
Drentse Statenlaan 3
9451 GN Rolde 
tel.  0592 241953

info@boermarken.nl

Banknummer:
NL29 RABO 0356 0182 45

meer informatie..

Samenwerking

  • Samenwerking
  • Samenwerking
  • Samenwerking
  • Samenwerking
  • Samenwerking
  • Samenwerking
  • Samenwerking
Boermarken rijke geschiedenis

Auteur: Jan van der Struik

De geschiedenis van de Drentse Boermarken is een  hele interessante geschiedenis. Boermarken hebben in heel Europa bestaan, zelfs ook in Mexico. Ook in andere provincies in Nederland waren ze actief. Het merkwaardige is dat alleen in Drenthe Boermarken nu nog actief zijn op het platteland. In het onderstaande verhaal zal duidelijker worden hoe dat tot stand is gekomen. Graag neem ik u mee op een reis door de tijd van de Boermarke.

De geschiedenis van de Boermarken gaat ver terug. Het ontstaan van Boermarken, vaak ook Marken genoemd, gaat terug naar de tijd van de Germanen die zich in o.a. Drenthe op vaste plaatsen vestigden. De overgang van het nomadenvolk naar een volk dat akkerbouw en veehouderij bedreef.

Het door een stam in bezit genomen gebied door alle leden van de stam gemeenschappelijk te laten gebruiken, is eigenlijk de oervorm van een Marke.  Marke betekent oorspronkelijk grens. De markegronden vormden een begrensd gebied dat bij een nederzetting/dorp behoorde. Zo’n gebied werd ook wel Marke genoemd.Grenzen en regels

Grenzen en regels
Duidelijk vorm en organisatie kreeg kregen de Marken in de 13e eeuw.
De bevolkingstoename bracht het gevaar mee dat de uitgestrekte velden, bossen en vennen rond de dorpen niet meer in voldoende mate beschikbaar zouden blijven voor iedereen. Daarom ontstonden door de samenwerkende boeren marke- organisaties, grenzen werden vastgesteld, er werden regels opgesteld voor het gebruik van het gemeenschappelijke  gebied, willekeuren, ook wel wilkers genoemd. Grenzen  werden bepaald door natuurlijke grenzen en door palen of grote stenen. Dat grenzen soms ook aanleiding waren voor conflicten blijkt uit vele voorbeelden en sagen. De sage van de broers  Dove Waander en Dove Pieter is een hele bekende. Er was ruzie over de grens tussen de Boermarke van Aalden/ Zweeloo en Wezup. Voordat het tot een echte strijd zou komen zeiden Waander en Pieter, afkomstig uit de Marke van Zweeloo, dat zij wisten waar de grens echt lag. Zij zeiden dat als zij de waarheid niet zouden spreken, dat God hen zou mogen straffen met een eeuwige doofheid. De boeren kwamen bij elkaar en Waander en Pieter die als zeer inhalig bekend stonden, wezen de grens aan die tientallen meters verder in het gebied van de Marke van Wezup lag. De boeren van Wezup die voor hun gevoel veel minder grond kregen geloofden Waander en Pieter omdat zij zo’n serieuze belofte deden. Ze waren blij dat het conflict uit de wereld was. Enige tijd later constateerden Waander en Pieter dat alles stil om hen heen werd, ze waren stokdoof geworden. Ze zijn berouwvol uit Zweeloo vertrokken. Niemand heeft ze ooit weer gezien. Een gebied ten Noord-Oosten van Wezup wordt nog “Dove Waander” genoemd. IMG_0618-1 Ook een mooi voorbeeld van grensruzies is het verhaal over het vermoorde eiervrouwtje Lebbe bij Peest. Vermoord vanwege het geld dat ze bij zich had door verkoop van de eieren. Op een slechte dag vond men haar dode lichaam op het grondgebied van de Marke Norg. Dit betekende dat de Marke Norg de kosten van de begrafenis moest betalen. De Marke van Norg vond die kosten veel te hoog. Dat zeiden ze echter niet met zoveel woorden, men beweerde dat Lebbe niet op hun grondgebied was gestorven maar op grondgebied van de Marke van Zeijen. De Boermarke Zeijen zag haar kans schoon om hiermee een stuk grond te annexeren en nam de kosten van de begrafenis van vrouw Lebbe voor haar rekening. Op de grens waar zich dit voorval heeft voorgedaan staat nog een markesteen en een paal genaamd de Lebbestoak. Degene die van wandelen houdt zal dit markante punt ten zuiden van Peest zeker hebben ontdekt. Deze merkwaardige grenscorrectie is duidelijk op de kadastrale kaart terug te vinden.

IMG_4179-1 Later hebben landmeters grensstenen geplaatst, om ruzies te voorkomen, dit soms tot grote woede van degenen die dachten dat de grens toch ergens anders lag. De grenzen werden toch gerespecteerd omdat het een stukje rust gaf. Volmachten, het bestuur, van de Boermarken controleerden regelmatig deze grenzen samen met de jonge zonen van de boeren. Dat controleren was nodig omdat sommige boeren de neiging hadden de wat lichtere grensstenen weg te ploegen richting de buurman. Het verhaal wil dat bij belangrijke grenspunten de zonen een flinke draai om de oren kregen opdat zij nooit zouden vergeten waar dat belangrijke punt was gelegen. Of dit verhaal op waarheid berust, is nooit bewezen.

IMG_4183-1

Markestenen zijn nog op veel plaatsen te vinden in Drenthe. Soms worden door Boermarken stenen geplaatst waar ze ooit hebben gelegen maar waar ze door onduidelijke oorzaken zijn verdwenen. Mooie voorbeelden van deze markestenen zie je overal in de provincie. De 4 markensteen aan de weg van Anderen naar Anloo is zo’n markant punt. Deze steen is op een hoekje grond naast genoemde weg aangebracht toen de ruilverkaveling werd voltooid. Deze 4 markensteen ligt precies op de grens van de Boermarken: Eext, Anderen ,Gasteren en Anloo. Markesstenen behoren tot het culturele erfgoed van Drenthe.

De erven bij de boerderijen en de bouwlanden bij de dorpen, essen, bleven particulier bezit. Begrippen als Marken en Boermarken werden door elkaar gebruikt. Marken kwamen voor in Drenthe, Groningen, Friesland, Overijssel, Gelderland, Utrecht, Brabant, West-Duitsland, Denemarken en Zwitserland.

Verschillende typen van Marken
In Drenthe bestaan vanouds de vrije marken, d.w.z. dat hier geen sprake was van één groot grondbezitter zoals bijvoorbeeld in Brabant, een edelman of Klooster. Markegenoten waren de vrije eigenerfde boeren die een eigen erf hadden, een boerderij met omliggend land en een stuk grond op de es. De meiers, pachtboeren en de keuters, kleine boeren, vaak tevens landarbeiders, behoorden niet tot de markegenoten.

Waardelen
Iedere eigenerfde boer had een aandeel in de marke. Zo’n aandeel wordt waardeel genoemd. Aan de hand van de hoeveelheid waardelen die men had werd bijvoorbeeld bepaald hoeveel plaggen men mocht steken, hoeveel hout men mocht kappen, hoeveel vee men mocht laten weiden op de gemeenschappelijke veldgronden en schapen op de heide en hoeveel telgen, jonge bomen, meestal eiken, men moest planten. De waardelen bleven aan de grond verbonden.Om splitsing van waardelen te voorkomen erfde naar oud-Germaans gebruik de oudste zoon het onroerend eigendom van zijn ouders. Later veranderde dat en werden alle kinderen erfgenaam Het gevolg was dat ook de volle waardelen werden gesplitst. Waardelen konden sinds die tijd niet meer in hele getallen worden uitgedrukt. Dit leidde ertoe dat in 1565 werd besloten dat ook degenen die een “vierendeels waardeel” hadden, gerechtigd waren tot gebruik van de marke. Deze maatregel betekende een verzwakking van de marke organisatie.Tegenwoordig heeft een waardeel bij sommige Boermarken  nog betekenis als het gaat om inspraak en stemrecht in de Boermarke. Een mooi voorbeeld is de Boermarke Eext. Bij de Boermarke Eext heeft men nog een perfecte boekhouding van de waardelen. Eext heeft 32 volle waardelen ofwel 128 kwart waardelen. Deze waardelen zijn in Eext bij 112 waardeelhouders. Om enigszins grip op de waardelen te houden heeft men de waardelen op geld gezet en is een kwart waardeel € 250,- waard. Dat betekent dat als iemand zijn /haar waardeel weer terug wil doen, dat er voor een kwart waardeel € 250,- wordt betaald door de Boermarke. Geprobeerd wordt de waardelen zoveel mogelijk in en rond Eext te houden en uit te geven. Als iemand verder weg woont, maar zich erg betrokken voelt bij Eext, dan is dat voor de Boermarke geen enkel probleem. Een waardeelhouder heeft inspraak op de jaarlijkse vergadering die op de eerste zaterdag in maart, ’s morgens om 9.30 uur, in een café in Eext wordt gehouden.

Waardelen bezit in de voormalige gemeente Rolde
Waardelen gaven invloed op  het  gebruik van de gemeenschappelijke gronden. Boermarken hadden verschillende aantallen waardelen. Zo had omstreeks het jaar 1302,  toen de Marke organisatie in Rolde voor het eerst werd genoemd, 21 volle waardelen. Balloo had er 16, Deurze, Nijlande, Eldersloo, Eleveld  8, Amen en Ekehaar 5, Grolloo en Schoonloo 19.

Reuring in Rolde over waardelen
In 1847 werd een begin gemaakt met de scheiding van de Boermarke van Rolde. In 1849 werd de scheiding van de gronden notarieel bekrachtigd. De brinken en hetBoerbos bleven bij de Boermarke. De gemeente had ook belang bij de bezittingen van de Boermarke omdat men vond dat de gemeente beter voor het onderhoud van de wegen en straatjes, die ook eigendom waren van de Boermarke, kon zorgen dan de Boermarke. De Boermarke wilde echter niet verkopen en de gemeente dreigde met onteigening. Het ging zelfs zover dat de gemeente dacht dat zij ,ook als niet eigenaar van de Grote Brink in Rolde, deze te kunnen aanwijzen tot marktterrein en ook de inkomsten naar zich toe zou kunnen halen. Met deze dreiging vergaderde het bestuur van de Boermarke in 1952 over de wensen van de gemeente. De Boermarke wilde wel af van de wegen want die kostten veel onderhoud. De gemeente wilde die wel overnemen maar dan moest de Boermarke ook afstand doen van alle brinken en het bos aan de westzijde van de Nijlanderstraat. Burgemeester T.P. baron Mackay, die ook op de bewuste vergadering aanwezig was, stelde dat de gemeente veel beter in staat was alles te onderhouden dan de Boermarke. Bovendien werd door de burgemeester gesteld, dat de overname van de wegen door de gemeente, zonder dat zij ook eigenaar werd van de brinken en het bos, de gehele transactie niet zou worden goedgekeurd door de provincie Drenthe. Deze dreiging schoot diverse boeren in het verkeerde keelgat. Een stemming wees uit dat de Boermarke unaniem tegen deze transactie voorstellen was. Achteraf gaf de burgemeester toe dat zijn opmerking niet erg tactisch was geweest. Als pleister op de wonde stelde de Boermarke Rolde een jaar later twee hectare grond “om niet” ter beschikking van de gemeente voor de aanleg van het zwembad. De Boermarke was echter wel zo kien om de voorwaarde in te bouwen dat als het zwembad zou worden gesloten, dat dan de grond  weer aan de Boermarke zou toevallen.

Een en ander betekende dat er niets veranderde m.b.t. de markt. De gemeente probeerde nu via een andere weg meer zeggenschap te krijgen in de Boermarke door het verwerven van waardelen. De gemeenteraad ging accoord met dit voornemen. Een aantal eigenaren van waardelen waren bereid om te verkopen en zo kreeg de gemeente een (kleine) vinger in de pap in de Boermarke van Rolde.

Voordat de gemeente Rolde overging in de gemeente Aa en Hunze en het zwembad inmiddels gesloten was, kwam de gemeente haar belofte na en droeg de grond van het zwembad voor 1 gulden over aan de Boermarke.

Volmachten
In het begin was er onduidelijkheid over het besturen van de Marke. Bestuursmacht gaf ook vaak aanleiding tot ruzies, daar zat niemand op te wachten. Vandaar dat men een systeem bedacht dat het besturen na een jaar overging van buur op buur. Weigering leverde een boete op. Dat rondgaan was in die tijd wel een geliefd middel want ook de scheper at rond bij de eigenaren van de schapen en zo ging ook de onderwijzer rond-eten  bij de ouders van de leerlingen. Over integratie gesproken, dat begrip bestond toen blijkbaar al. De bestuurders die de volmacht hadden van de bevolking,de volmachten genoemd, kregen steeds meer taken. Zij kregen het dagelijks bestuur van de Marke, maar vooral ook de uitvoering en nakoming van de  willekeuren ( de regels)  van de Marke. Verwaarlozing van de plichten door de markegenoten werd bestraft met boetes. Vaak werden die boetes met hoeveelheden bier betaald. Waar die hoeveelheden terechtkwamen heb ik nergens kunnen vinden. Laten we het er op houden dat het ten algemene nutte werd gebruikt.

De Boerhoorn
Bij één van de volmachten was ook de boerhoorn, hij was de hoornboer. Een belangrijk communicatiemiddel in die tijd. De houder van de boerhoorn was ook vaak de boer waar de dekstier stond, de bolboer. Deze volmacht droeg dus vaak twee eretitels: hoornboer en bolboer. De hoornboer riep door boerhoorn geschal de boeren bij elkaar voor de boermarke vergadering. Ook werd de boerhoorn gebruikt om mensen op te roepen bij brand, andere calamiteiten en bij de oogst. Uit onderzoek blijkt dat er in een dorp soms wel drie soorten hoorns waren. De boerhoorn, de hoorn van de scheper om de schapen op te halen als ze naar de veldgronden moesten om te grazen en de bakker als deze het brood had gebakken. De mensen kenden het verschil in geluid van deze hoorns. Een praktisch communicatiemiddel. 

Boerhoorn soms aanleiding voor meningsverschillen
De volmacht waar de boerhoorn was, was dus de houder van de boerhoorn. De eigendom van de boerhoorn bleef bij de Boermarke. Deze boerhoorn ging soms van vader-volmacht naar zoon-volmacht en vaak herhaalde zich dat. Soms werd de boerhoorn minder vaak gebruikt omdat andere communicatiemiddelen zich aandienden. Zo kon het gebeuren dat na lange tijd, een boerhoorn door bepaalde families geacht werd eigendom te zijn van vader of opa.  Zo’n boerhoorn kreeg dan een “ereplaatsje” in de voorkamer of een andere fraaie plaats. Als een Boermarke dan op een gegeven moment aanspraak maakte op haar eigendom was en is het wel eens moeilik haar eigendom terug te krijgen. De betreffende familie weet dan geen verschil te maken tussen het juridische begrip van “houder” en “eigenaar”.

Boerhoorn_Weerdinge-1

Vaak kan in dat soort geschillen door “massage” en overredingskracht tot een oplossing worden gekomen. Zo heeft schrijver van dit artikel al eens de boerhoorn van de Boermarke Odoorn-Klijndijk en Weerdinge  weer op de geëigende plaats weten terug te brengen. Jammer is dat er geen boetes meer bestaan om dat met bier te betalen. Wel is er op de goede afloop bij genoemde Boermarken een glas van dat edele geestrijke gerstenat op gedronken.

Ook een mooi verhaal  is dat van de Boermarke Zeijen, waar in 1953 een bijzondere boerderij ”Barringe Erve” uit Zeijen inclusief inboedel , dus ook met de boerhoorn, werd aangekocht door het openluchtmuseum in Arnhem.  De boerderij is in het openluchtmuseum weer opgebouwd en kan daar bezichtigd worden. Als je in de boerderij kijkt dan hangt daar ook een boerhoorn aan de muur. Dat is een replica van de originele. De originele ligt in het depot in Schaarsbergen. Toen de Boermarke in 2014 probeerde de boerhoorn weer terug te krijgen, lukte dat niet omdat het openlucht museum zich beriep op een wettige koop van onroerend goed inclusief de inventaris. Na goed overleg tussen Boermarke en directie openlucht museum is de boerhoorn in 2014  even in bruikleen terug geweest in Zeijen. De verzekeringskosten waren echter dusdanig hoog dat de boerhoorn weer is teruggegaan naar Arnhem. De Boermarke Zeijen overweegt nu een replica te laten maken. Onlangs besteedde Dieuwertje Blok in haar programma “Landinwaarts” aandacht aan de verdwenen boerhoorn van Zeijen.

De boerhoorn krijgt bij vele Boermarken weer een prominentere plaats bij bijzondere gebeurtenissen in het dorp, vergaderingen, openingen van exposities, welkom bij bijzondere personen enz.  Ook de vergadering van de Vereniging Drentse Boermarken, die telkenjare op de laatste donderdag in november in Rolde wordt gehouden, wordt geopend met boerhoorn geschal. Ook de boerhoorn behoort tot het culturele erfgoed van Drenthe.

De boerhoorns van Rolde

Boerhoorn_Rolde Ook de Boermarke van Rolde heeft een boerhoorn die regelmatig wordt gebruikt bij bijzondere gelegenheden. Dat de Boermarke in Rolde altijd een bijzondere plaats heeft ingenomen blijkt uit een aantal zaken. De kerk van Rolde heeft in tegenstelling tot heel veel kerken, geen haan als windwijzer maar een engeltje die de boerhoorn blaast. En… bezoekers aan Rolde zullen zeker het beeld van de boerhoornblazer nabij Hotel Erkelens niet zijn ontgaan. Het beeld, vervaardigd door de kunstenaar E.H. van Dülmen Krumpelman, werd bij de viering van 200 jaar Roldermarkt in 1985, door de Gemeente Rolde aangeboden aan de Boermarke Rolde.

  

Bisschop van Utrecht vond Drenthen lastig
Rond 1200 kwamen overal in Europa volken in opstand tegen de centralisatie van de macht met bijbehorende belastingheffing en verlies van vrijheid. Zo ook in Drenthe. De Drenthen waren wel zeer vasthoudend in hun strijd tegen het bisschoppelijk gezag. Bisschop Harbert van Berum had in 1138 een verwant aangesteld als erfelijk slotvoogd van Coevorden met rechtsmacht over Drenthe. Deze heren van Coevorden voeren al spoedig een op autonomie gerichte koers. Dit legde de basis voor het Drentse streven naar zelfstandigheid

Pogingen van de Bisschop van Utrecht, Otto van der Lippe, om meer invloed in Drenthe te krijgen mislukte helemaal toen hij in 1227 in een zeer bloedige veldslag bij  Ane, in de pan werd gehakt. Veel soldaten verdronken in het moeras, velen gingen op de vlucht, bang voor de zeer strijdbare Drentse boeren en hun vrouwen. De bisschop zelf werd op gruwelijke wijze vermoord. Het indrukwekkende bloedbad noopte ook tot bezinning. Bij een strafexpeditie van bisschop Wilbrand in 1228, zegden de Drenthen toe een klooster te stichten ter nagedachtenis van de slachtoffers bij Ane. Bij Coevorden kwam enkele jaren later een nonnenklooster Marienkamp. Dit klooster werd later verplaatst naar de parochie Rolde

Landrecht
In 1412 vond de codificatie plaats van het Drentse gewoonterecht door Frederik van Blankenheim, bisschop van Utrecht. De bisschop had voor deze eerste schriftelijke vastlegging zowel mondelinge als schriftelijke informatie verzameld. Het landrecht bevatte alleen bepalingen voor de verhouding tussen de Drenthen en hun landheer, de bisschop. Ze betroffen het strafrecht en het strafrechtproces, de rechterlijke organisatie, speciaal het functioneren van de Etstoel en de bisschoppelijke belastingheffing. Het burgerlijk recht ontbrak geheel, zoals het recht van de Drenthen om op elk niveau zoals buurschap, kerspel, dingspil, landschap te vergaderen en besluiten te nemen. Het algemene keurrecht was de enige staatsrechterlijke bepaling die erin voorkomt. De Drenthen behielden het recht om marke-zaken te regelen en bepalingen en verordeningen (willekeuren) te blijven maken. Een belangrijk recht van de eigenerfde boeren bleef het verhuren van de jacht. De marken kregen daardoor een nog steviger positie.

Franse wetgeving
Op 1 januari 1811 werd de Franse wetgeving ingevoerd, gemeenten werden administratieve eenheden. De Franse Gemeentewet van 1811 bepaalde een minimum omvang van 500 inwoners, gestreefd moest worden naar 2000. Ook werd in 1832 het kadaster opgericht. Veel publiekrechterlijke taken van Boermarken gingen over op gemeenten.

Markescheidingen
Zo rond de jaren 1830-1840 kwamen de markescheidingen op gang. Dit hield in dat gedeelten van het gemeenschappelijk bezit, op basis van het waardelen-bezit, in particulier bezit kwam. Dit werd ook uit economisch oogpunt kennelijk beter gevonden.
Uit die tijd stamt het gezegde: maandegoed is schaandegoed.
Waar niet tot een markescheiding kon worden gekomen, kwam een speciale regeling tot stand in de Markenwet van 1886. Voor Drenthe was dat van weinig praktisch belang omdat een groot gedeelte van de Drentse marken al verdeeld was. Veel taken van marken werden overgenomen door rijk, provincies, gemeenten en waterschappen. Niet alle gronden kwamen bij particulieren terecht. In heel veel dorpen bleven brinken en kleine overhoekjes gemeenschappelijk bezit van de Boermarke en werd dat ook in het kadaster vastgelegd. Zo werd bijvoorbeeld bij de akte van scheiding van de marke van Rolde in 1849,  bepaald dat enkele brinken en enkele stukken land in eigendom bleven bij de Boermarke van Rolde.

Rolde na de markescheiding
De opzet van de overheid was dat op de nieuwe verdeelde percelen particuliere landbouw zou plaatsvinden. In Rolde had men daar andere gedachten. Men gebruikte de verdeelde gronden als vanouds. Men maakte zich niet druk over de vormen van de nieuwe percelen. Men ploegde van de buitenrand van de Boermarke op de torenspits af. Op deze manier kwamen er wigvormige percelen tot stand die in lengten varieerden van 1800 tot 3000 meter. Deze bijzondere vormen zijn nog waarneembaar.

Drentse Boermarken actief
Na 1886  bleven  Boermarken in Drenthe op vele plaatsen actief met o.a. het verhuren van de jacht aan de jagers namens de grondeigenaren. Met het geld worden soms machines of kleine werktuigen gekocht t.b.v. van boeren en soms ook burgers ; een ander deel van het jachtgeld wordt gebruikt voor sociaal-culturele activiteiten in dorpshuizen, dorpsactiviteiten en onderhoud van kleine stukjes grond op het platteland, zoals voor brinken, ijsbanen, wegen, bosjes. Soms worden wandelpaden aangelegd door Boermarken, bankjes  en markestenen geplaatst of poelen en dobben opgeschoond. Verschillende Boermarken zijn ook actief met het verzamelen en in kaart brengen van historische veldnamen.

Vereniging Drentse Boermarken (VDB)
Op 11 juni 1979 werd op initiatief van het Drents Landbouwgenootschap in Assen,  de Vereniging van Drentse Boermarken opgericht. De Boermarken hadden behoefte om gezamenlijk bepaalde zaken aan te pakken en overleg te voeren met overheden. De vereniging telt 87 leden Boermarken en zijn ingedeeld in vijf kringen t.w. Noordenveld, Middenveld, Zuidenveld , Oostermoer en Westhoek.  De vereniging wil de  functie van de Boermarken als plattelandsorganisatie versterken. Sinds haar oprichting was de vereniging actief met een biotoopverbeteringsplan in het Oostermoergebied, startte zij een plastic inzamelingsproject op, was ze actief met weidevogelbeheer, werden particuliere bossen en bosjes onderhouden, werden in samenwerking met de Provincie Drenthe vul- en spoelplaatsen aangelegd op geconcentreerde plaatsen in het Drentse Aa gebied om daarmee het milieu te beschermen.
In een  beleidsvisie getiteld “Toekomst Drentse Boermarken……een nieuwe weg” die op 8 april 2011 werd aangeboden aan Commissaris Jacques Tichelaar, geven de Boermarken aan zich sterk te willen maken om het esdorpenlandschap te behouden en te willen versterken, de biodiversiteit te willen verbeteren in samenwerking met terreinbeherende organisaties, bijdragen aan een sociaal- economisch platteland, verbetering van milieu en leefomgeving. Als erg positief moet worden gezien dat de Boermarkebesturen de laatste jaren ook door de jonge boeren worden versterkt. Ook voor hen is een gezond plattelandsbeleid van grote betekenis. Boermarken vervullen daarbij een hele belangrijke rol.

Project Behoud Cultuurhistorie Drentse Boermarken
De Vereniging Drentse Boermarken is, mede op verzoek van de Provincie Drenthe, bovengenoemd project begonnen om daarmee de cultuurhistorie van de Boermarken in Drenthe vast te leggen in woord en beeld door middel van interviews. De bedoeling is van de verkregen informatie en beelden een film te maken die in het Drents Archief in Assen vertoond zal kunnen worden aan groepen. Het idee achter dit initiatief is dat er in de Drentse geschiedenis een leemte is waar het gaat om de cultuurhistorie van de Drentse Boermarken. Op dit moment kan er nog gebruik gemaakt worden van kennis van vele volmachten van de Boermarken. Tijdens deze interviews kom je hele interessante informatie tegen heb ik ervaren.

Boermarken uniek in Drenthe, uniek in Europa
Boermarken zijn een bijzonder fenomeen in Drenthe maar ook in Europa. Nergens zijn organisaties als Boermarken nog actief op het platteland. Alleen in Drenthe vormen zij een wezenlijk actief onderdeel van de leefgemeenschap. Deze wetenschap bracht de Commissaris van de Koning, Jacques Tichelaar, ertoe, bij de in ontvangstname van de Beleidsvisie van de Vereniging Drentse Boermarken op 8 april 2011, om deze vereniging te adviseren een aanvraag te doen om Boermarken in Drenthe op de immateriële wereld-erfgoedlijst te krijgen van de Unesco. Een aanvraag wordt momenteel voorbereid. 

Bronnen:
Markewezen in Drenthe - mr. K.van Dijk
Het oud-Drentse Boerenleven in de spiegel der markerechten - dr. J. Naarding
De buiren van Rolde - Harry Kort
De boerhoorn schalt nog in Drenthe – G..van Gijlswijk-Perkaan
Groot Rolder Markt- Henk M. Luning

Artikel en foto’s van Jan van der Struik,
secretaris, Vereniging Drentse Boermarken